Snekertrekweg 1
8912 AA Leeuwarden
058 303 0482

De nuchtere Fries van Fluffaggedon

12 juli 2021
De nuchtere Fries van Fluffaggedon

Zijn werken zijn zacht en kleurrijk, maar met scherpe thema’s als gender, identiteit, kitsch, popcultuur en obsessies. De in Drachten geboren Jurjen Galema (1992) maakt stevige meters als kunstenaar in een bijzondere niche: knuffels. Maar dan anders. Het Mondriaan Fonds zag in Jurjen al een aanstormend maker en gaf hem twee jaar geleden een werkbijdrage als Young Talent. Wij spraken hem over de wereld van kunst, drag en tante Annies.

Was kunst altijd al een wereld die je aantrok?

“Eigenlijk niet. Als kind was ik wel altijd aan het tekenen en dingen aan het maken, maar ik kwam eigenlijk nergens in aanraking met kunst. In Drachten was de kunstwereld altijd vrij beperkt. Het was voor mij iets onbereikbaars. Ik zat niet in dat wereldje en ik wist ook niet hoe ik daar tussenkwam. Ik had dus geen mensen om me aan op te trekken en had ook geen idee dat de wereld van kunst iets voor mij zou kunnen zijn. 

Ik wilde daarom maar gewoon docent worden en had mijn zinnen gezet op de opleiding Docent Kunst op de Kunstacademie. Maar daar moest je wel een toelating voor doen. Daar had ik niet zoveel vertrouwen in; ik was immers onbekend met het wereldje en keek best op naar de ‘echte kunstenaars’ die daar rondliepen. Ik vond ze heel erg ‘kunstenaar kunstenaar’. Ik was gewoon Jurjen. Maar ik werd wel aangenomen.”

Hoe heeft die opleiding je gevormd? 

“Ik leerde vooral dat docentschap eigenlijk helemaal niet bij me paste. Ik kreeg juist veel meer zin om kunst te maken, voornamelijk schilderwerk. Na de opleiding tot docent werd ik toegelaten tot de masteropleiding, terwijl ik dacht dat dat me nooit zou lukken. Dat was de grote ommekeer en toen besefte ik dat de wereld van kunst niet alleen voor die echte ‘kunstenaars kunstenaars’ is, maar ook voor de ‘Jurjens uit Drachten’ in de wereld. 

Je begon met tekenen en schilderen, maar bent nu helemaal into stof. Hoe dat zo?

Tijdens mijn opleiding was ik omringd door mensen die schilderden. Dat is zo’n grote wereld, er zijn zoveel referentiekaders waar je werk binnen getoetst wordt. Dus de reacties zijn dan meestal mild. Totdat ik met stof begon te werken. Toen merkte ik dat dat mijn niche was.

“Het wereldje is klein, ik hoefde niet mijn plek te vinden binnen de verschillende stromingen, of te voldoen aan een bepaalde vorm.”

Het wereldje is klein, ik hoefde niet mijn plek te vinden binnen de verschillende stromingen, of te voldoen aan een bepaalde vorm. Dat gaf mij zoveel vrijheid. In het begin maakte ik nog wel dingen die klein en timide waren. Het moest ook mooi en aantrekkelijk zijn. Later ontdekte ik juist het contrast tussen het zachte van stof en het schurende onderwerp dat je ermee kunt uitbeelden. Daar ben ik mij steeds verder in gaan ontwikkelen, het uitbeelden van zware onderwerpen en contradictie. Dat is ook wel de kracht van wat ik maak.

Begrijpt je omgeving wat je maakt?

“Ik heb een hele lieve familie die me steunt in wat ik doe, ook al is het niet de typische kunst die je in een museum verwacht. Voor andere mensen in hun omgeving is het wel heel erg nieuw allemaal. Zij kunnen wel verbaasd reageren. Dat snap ik helemaal, zo was ik vroeger ook. Ik probeer mijn werk dan ook heel toegankelijk te maken, zonder ingewikkelde verhalen en existentiële crises… Ik kom wel eens kunstenaars tegen die daarin vrij hoogdravend zijn en misschien zelfs kunst maken om andere kunstenaars maar mee te imponeren. Ik vraag mij liever af: hoe ziet Tante Annie mijn werk en is het toegankelijk, ook voor mensen buiten de kunstwereld?”

“Ik vraag mij liever af: hoe ziet Tante Annie mijn werk en is het toegankelijk, ook voor mensen buiten de kunstwereld?”

Combineer je daarom je werk met drag?

“Ja, dat is wel waarom ik een opening van een expositie graag doe met mijn drag character Lola Lasagna. Op een luchtige manier, met humor. Zij is eigenlijk de enige levende persoon in de wereld die ik met mijn werken creëer. Met haar als ‘CEO’ wil ik openingen ook echt anders aanpakken dan wat gebruikelijk is. Ik wil er echt een feestje van maken en de wereld toegankelijk maken voor iedereen. Zonder hoogdravende, ingewikkelde verhalen over de werken die toch niet iedereen snapt. Het is als bezoeker namelijk helemaal niet fijn om iets niet begrijpen, terwijl iedereen om je heen misschien maar doet alsof ‘ie het snapt. Zo wil ik de tante Annie’s van de wereld toch een beetje raken. 

Wat ben je nu aan het maken?

“Iets heel nieuws! Ik ben nu bezig met grote dingen, waar je echt in kunt kruipen of klimmen. De eerste gesprekken met een galerie zijn gevoerd, dus ik hoop weer naar een expositie te werken. Dat is moeilijk in het wereldje. Om ergens tussen te komen. Maar ik heb al zo vaak geluk gehad. Het komt vast weer goed.” 

Andere berichten deze week