Snekertrekweg 1
8912 AA Leeuwarden
058 303 0482

BANDA: 400 jaar geschiedvervalsing

26 mei 2021
BANDA: 400 jaar geschiedvervalsing

De Banda eilanden is een groep van kleine, vulkanische eilanden in de Molukken en lange tijd het enige productiegebied van nootmuskaat en foelie in de wereld. In de eeuwen voordat de Europeanen in dit gebied arriveerden, handelden de Bandanezen met allerlei andere volken uit onder andere India, Jemen, Perzië, Oman, Egypte, Turkije, Bengalen, Java, Japan en China.  

In de 16e eeuw probeerden de Portugezen zich op Banda te vestigen om het volk hun wil op te leggen en de handel over te nemen. De Bandanezen accepteerden deze invasie niet en wisten de Portugezen te verjagen die vanaf dat moment de nootmuskaat via tussenhandelaren op Java verkregen.

De Nederlandse VOC, het koloniale ‘handelsbedrijf’, wil alsnog een monopolie op de nootmuskaat en foelie. Zo onvoorstelbaar groot waren destijds de winstmarges, de specerijen waren toen waardevoller waren dan dat olie nu is.

In 1609 bezette admiraal Pieter Willemsz Verhoeff het eiland Banda Neira en begint aan de bouw van een fort. De bevolking accepteert deze invasie evenmin en laten Verhoeff in een hinderlaag lopen waarbij hij omkomt.

Dat is de escalatie die uitmondt in een jarenlange, bloedige en ongelijke terreurcampagne van de Nederlandse kolonisator tegen de Bandanezen.

Deze geschiedenis staat centraal in het boek: ‘Banda. De genocide van Jan Pieterszoon Coen’ van historicus Marjolein van Pagee.

In 1621 laat Coen als toenmalige bevelhebber een expeditie uitvoeren naar het eiland Banda Besar (Lontor in Nederlandse bronnen) om de bevolking de genadeklap toe te brengen en het handelsmonopolie voor eens en altijd in handen te krijgen. Daarbij komen duizenden mensen om, worden 47 leiders op gruwelijke wijze vermoord een deel van de  de overlevenden wordt tot slaaf gemaakt en een ander deel raakt ontheemd. Kortom: een inktzwarte bladzijde in een twintigjarige geschiedenis van volkerenmoord. Genocide.

Mijn uitgever had me gevraagd over de genocide van Jan Pieterszoon Coen te schrijven”

Van Pagee

“Net als veel historici voor mij was ik ervan uitgegaan dat er grofweg 14.000 van de 15.000 Bandanezen in opdracht van hem zijn vermoord en dat degenen die de genocide hadden overleefden zijn opgegaan in andere gemeenschappen.

Tot ik in mijn onderzoek Lukas Eleuwarin, Marcel Matulessy en Ridhwan Ohorella tegenkwam. Zij zijn nazaten van Bandanezen die al voor de genocide vertrokken waren van de eilanden. Zij zagen de bui al hangen en maakten de weloverwogen beslissing om te vertrekken voordat ze ook slachtoffer zouden worden van de Nederlanders.

Er is dus een Bandanese diaspora. Deze Bandanezen vertrokken om hun taal, hun geschiedenis en hun culturele identiteit veilig te stellen. Zij droegen de ‘Buka Tembaga (koperen boeken) bij zich, waarin niet alleen 1621, maar ook de Bandanese geschiedenis van de eeuwen daarvoor staat beschreven. De kern van hun gemeenschap kwam terecht op de Kei-Eilanden, een andere eilandengroep in de Molukken. 

Mijn hoofd ontplofte haast, dit was tegengesteld aan wat er al vierhonderd jaar voor waar werd aangenomen. Het boek dat ik wilde schrijven stond ineens op z’n kop.

De VOC, en dus Nederland, heeft geprobeerd een heel volk én hun identiteit van de aarde te laten verdwijnen. Maar dat is dus niet gelukt. En die nazaten daarvan, die wonen ook hier in Nederland.”

Zoveel mensen voor u hebben deze geschiedenis bestudeerd, hoe kan het dan dat u daar nu pas achterkomt?

“Het koloniale verhaal heeft altijd kunnen zegevieren in hoe hier wordt gedacht over wat er gebeurd is. Er is wel geschreven over de genocide maar meestal als onderdeel van een grotere vertelling. Een halve bladzijde of een enkele paragraaf, waardoor heel veel details niet aan bod komen.” 

Sindsdien wonen er ook alweer eeuwen andere mensen op Banda. Die worden eveneens Bandanezen genoemd en zullen zich ook zo voelen. Maar hun oorsprong is anders. Hun voorouders zijn al dan niet onder dwang en ná de genocide, op de eilanden terecht gekomen. Er zijn dus twee Banda-identiteiten. Waarbij één identiteit tot nu toe  in de verhalen is genegeerd.”

Hoe is de beslissing tot genocide genomen, hoe heeft u dat kunnen terugvinden?

“Het was niet een plotseling iets. Aan die genadeklap van 1621 is een periode van 20 jaar terreur voorafgegaan. In brieven en correspondentie vragen Coen en andere bestuurders zich af wat ze met de Bandanezen moesten. Het plan om ze allemaal te vermoorden komt daarin al aan de orde. En als ze niet spraken over iedereen vermoorden dan spraken ze wel over het vermoorden van de leiders van de Bandanezen.”

Hoe is dat om terug te lezen in die oude documenten?

“Het is heel erg koud en kil als je dat leest. Het morele ijkpunt in de Westerse wereld lijkt altijd de Holocaust. Alsof dat het summum was van het kwaad, het uitmoorden van een volk. Maar in de honderden jaren koloniale geschiedenis is dat ook voorgekomen en het waren Nederlanders die dat uitvoerden. Daarom vergelijk ik de VOC ook expliciet met de Nazi’s. Juist ook om aan te tonen dat genocide zich niet beperkt tot alleen de Tweede Wereldoorlog.”

In het boek maakt u zich kwaad, kan dat wel, als historicus zoveel emotie tonen?

“Als historicus ben je ook een mens van vlees en bloed. Het alleen maar droog oplepelen van feiten, zonder ethiek toe te passen, is net zo erg als de genocide zelf. Ook als je niets over de moraal van het verhaal zegt, geef je een signaal af. Het is juist onze taak als historici, die tijd hebben om zich te verdiepen in onderwerpen waar anderen geen tijd of kennis genoeg voor hebben, om je uit te spreken.

Het begint al bij de woordkeus. Veel historici schrijven dat de VOC overal in Azië ‘handel’ dreef. Dat was het niet, het was afpersing, er was geen vrijwillige uitwisseling van goederen, diensten en geld gebaseerd op gelijkwaardigheid.

In deze kwestie is er maar één perspectief: de Nederlandse overheerser heeft een volk proberen uit te roeien en daarna vierhonderd jaar gedaan alsof dat volk er niet meer was. Totdat ik dit ging onderzoeken ging ik daar in mee, het is dus heel goed mogelijk dat mijn collega-historici dat ook nu pas voor het eerst horen. Ik vind wel dat zij dit feit nu niet langer kunnen negeren en ook dat zij volmondig moeten erkennen voor wat het is: geschiedvervalsing en uitwissing. Als zij dat niet doen, dan neem ik hen dat erg kwalijk, want dan maken zij zich willens en wetens schuldig aan geschiedvervalsing.“

Het boek Banda. De genocide van Jan Pieterszoon Coen is nu verkrijgbaar. Het boek wordt binnenkort ook in vertaling uitgegeven in Indonesië.

Kijk hier naar een thema-avond over Banda en de Bandaneze genocide:

Andere berichten deze week