We werken nu aan het programma van Arcadia 2025. Blijf op de hoogte door je in te schrijven voor onze nieuwsbrief!

Kunstenaars

Kunstenaars

Stroomopwaarts is de titel waaronder 5 musea in Zuidoost Friesland een expositie organiseren tijdens Arcadia. Arcadia is een 100 dagen cultureel programma in 2022. Stroomopwaarts doet naast de exposities een beroep op kunstenaars om deel te nemen en aan de slag te gaan in de regio Zuidoost Friesland. De kunstenaars wordt gevraagd om zich te verdiepen in het landschap en om nieuwe inzichten en invalshoeken te laten zien om zo beleidsmakers verder te kunnen helpen in de ontwikkeling van een natuurvriendelijk cultuurlandschap in Zuidoost Friesland.

Zes kunstenaars zijn door een jury geselecteerd en hebben de hele maand mei gelogeerd bij gastgezinnen en zijn aan het werk gegaan elk in een van de vijf gemeenten van zuidoost Friesland. 

Hun werk is te zien op het Instagram account: @stroomopwaarts.art

Wie zijn de kunstenaars:

Ilya Foto: Gitte Brugman

Ilya Ziblat Shay

Toen hij hoorde dat hij was verkozen als een van de zes kunstenaars die meedoen aan het project Stroomopwaarts, was Ilya Ziblat Shay verrast en blij. Verrast, omdat hij een muzikant is, componist. Hij had verwacht dat vooral beeldend kunstenaars voor de open call zouden worden uitgekozen.

Maar eenmaal geselecteerd, begon Ilya meteen met zijn onderzoek. Directeur Nieske Ketelaar van Museum Dr8888 hielp hem met contacten en informatie. Hij kwam erachter dat er in de regio zo’n honderd jaar geleden een belangrijke arbeidersbeweging op gang kwam. Dat er huizen en gebouwen werden ontworpen voor de werkende klasse. ,,Huizen die de arbeiders zouden ‘verheffen’, met hun inrichting en hun kleuren.’’

Hij doelt op de huizen aan de Torenstraat. Gemeentearchitect De Boer ontwierp zo volgens de laatste mode van die tijd, en vroeg aan Theo van Doesburg de kleurschema’s te bedenken voor de binnen- en buitenkant. Van Doesburg werkt weliswaar op afstand, want hij doceert in Duitsland, maar toch weet hij op deze manier de vormgeving van de Torenstraat in Drachten te bepalen.

Van Doesburg was tijdens zijn diensttijd begin jaren twintig van de twintigste eeuw bevriend geraakt met de Drachtster schoenmaker Evert Rinsema uit Drachten. Via hem maakt hij kennis met Everts broer Thijs, eveneens schoenmaker, maar in zijn vrije tijd kunstenaar.

De kunstenaars van toen lieten zich inspireren door hun socialistische idealen. Ilya wil hun stemmen laten horen, bijvoorbeeld door geluiden te gebruiken van het Van Doesbrug-Rinsma-huis. Hij klopt eens op de muur, en op de houten vloer… Beneden hangt een waterpomp boven het aanrecht. Die functioneert nog, demonstreert hij.

Bepaalde plekken die een verbinding hebben met de geschiedenis, kunnen een rol spelen in zijn compositie. Hij zoekt ze op, in Drachten en daarbuiten.

Interviews kunnen dat ook. Ilya verzamelt geluiden en componeert die tot een soundscape of een geheel, waarin een heel gesprek teruggebracht zou kunnen worden tot de essentie. Zelfs tot één belangrijk woord. En dat herhaalt. ,,Ik ben benieuwd naar de interviews. Naar de taal, de klanken.’’

De eerste week van zijn verblijf logeerde hij bij Peter Westerhof en Lucienne Meinsma In de Torenstraat. Maar na een week verhuisde hij naar de Veenhoop. Een heel andere locatie, met andere geluiden en een andere sfeer. Dat zal zijn compositie beïnvloeden. ,,Je kunt niet teveel bedenken. Het zal vanzelf op me afkomen.’’

Het is bij een compositie lastig iets achter te laten na een residentie van vier weken. Maar Ilya hoopt dat hij een presentatie kan verzorgen in Museum Dr8888. ,,Ik denk ook aan een plattegrond op de telefoon. Ik houd van het idee dat je mijn werk mee kunt nemen en ervaren op een andere plek, wanneer je maar wilt.’’


Inbal Foto: Gitte Brugman

Inbal Ann Hershtig

De in Israël geboren en opgegroeide Inbal Ann Hershtig is voor het eerst in de Zuidoosthoek. Haar residentie is nog maar net begonnen, maar ze heeft al wandelingen gemaakt en een bezoek gebracht aan de kringloopwinkel in Noordwolde. Ze is als een kind zo blij met cahiers uit de serie Als de dag van gisteren, en een boek over riet.

Een paar dagen later heeft ze vanuit Noordwolde en het Vlechtmuseum al veel meer informatie verzameld over de streek, het rietvlechten en de geschiedenis. Ze schuift een kopie van een plattegrondje over de tafel. De Linde kronkelt diagonaal over het papier, en er loopt een brede, rechte strook van links naar rechts doorheen. ‘Verbetering van de Linde, 1923’ staat eronder. ,,Verbetering?’’, zegt ze. Zo zag men dat in 1923. ,,Nu blijkt dat het water nergens heen kan, en werken ze aan herstel van de natuurlijke waterloop.’’

Het is vergelijkbaar met snoeien, wijst ze en toont op haar laptop illustraties uit Snoeien, wanneer en waar, ook een tweedehandsje. ,,Moet je kijken. Het lijkt wel de Spaanse Inquisitie voor bomen!’’ Het is alsof de bomen worden gestraft voor hun natuurlijke groeiwijze.

Ze maakt plattegrondjes van haar wandelingen en fietstochten en illustreert die met de foto’s die ze ter plekke heeft gemaakt. Van planten, mogelijke presentatielocaties en van kleine interventies van de mens, zoals bewegwijzeringsbordjes. Een van haar foto’s laat een waterspeelplaats zien, waar kinderen de loop van water kunnen beïnvloeden. ,,Typisch, dat kinderen al jong wordt geleerd dat het in orde is om in de natuur in te grijpen. Dat het een spel is, om het water te temmen’’, vindt ze.

Ze toont ook foto’s van bladeren die ze heeft geplukt, en die ze later in een boekenruilkastje heeft gelegd. Een kleine ‘interventie’ van haarzelf. ,,Giving back to nature.’’ Eén waarmee ze verbindingen maakt tussen haar omgeving en de mensen die er wonen. ,,Want ik maak niet alleen een performance, maar vind participatie minstens zo belangrijk. Engagement is de sleutel.’’

Haar artiestennaam Artisanne is opgebouwd uit drie elementen: artisane, partisane en Anna. Ze onderzoekt oude en traditionele gebruiken en materialen in combinatie met hedendaagse middelen. Als een moderne jager/verzamelaar gaat ze te werk, hoopt anderen bewust te maken en ideeën aan te dragen voor verandering. Artistiek leider van Stroomopwaarts, Sjoerd Wagenaar, constateerde: ‘Je werkt als de Linde’. ,,I let the landscape guide my movements’’, zegt ze. Het landschap is haar gids.

Zij verbindt de stippen met elkaar. ,,Connecting the dots.’’ Dat blijkt vrijwel letterlijk de praktijk van kantklossen te zijn, een handwerktechniek waarover ze ook een boek heeft gevonden. De losse patronen bevatten kleine gaatjes, waarin de spelden worden gestoken, waarlangs de kantklosser de draden kan ‘vlechten’. ,,Kant?’’, vraagt ze. ,,Is dat hetzelfde woord kant als in overkant?’’

Als we voor de foto op zoek gaan naar de Linde, stuiten we op een droogstaande ijsbaan. Hier groeit de gele lis en ze plukt een paar bladeren om te laten zien hoe mooi plat die zijn. Langs het pad pakt ze een stuk mos op. De aanwinsten gaan mee. ,,Alles zal uiteindelijk bij elkaar komen.’’


Merijn: Foto: Gitte Brugman

Merijn Vrij

Afgelopen week werd zijn grote installatie in Forum in Groningen feestelijk geopend. Drie enorme druppelvormige installaties, hangen er in het atrium. Onderin de breedte van de druppel zitten respectievelijk 24, 16 en 12 potten met stokbonen. Die zullen straks metershoog klimmen, zodat er een levende, groene sculptuur ontstaat. ,,Die geven vervolgens vruchten en sterven weer af.’’

Landschapskunstenaar Vrij werkt in zijn installaties vaker met de cyclus van leven en dood. Hij reageert op de omgeving, waarin hij wordt uitgenodigd. Zijn ingrepen moeten zich verhouden tot de (buiten)ruimte. ,,Je hebt altijd te maken met schaal en met zichtlijnen.’’

Stroomopwaarts is in die zin een andersoortig project. ,,We hebben grote vrijheid en geen duidelijke richting of plek. Dat is in het begin een beetje zwemmen.’’ Een maand is bovendien niet heel lang om ‘te mijmeren en alles te laten beklijven’. Toch doet hij mee, uit een soort hang naar avontuur. ,,Ik leer door dingen te doen, door nieuwe ontmoetingen. Creëren is ook interessant, maar het gaat mij om wat ik onderweg beleef.’’

Hij is voortvarend van start gegaan. Hij heeft gesproken met directeur Han Steenbruggen van Museum Belvédère, het museum waaraan hij is gekoppeld. Hij heeft overleg gevoerd met medewerkers van Staatsbosbeheer, en het is hem gelukt een afspraak te maken met een boswachter. Die neemt hem mee in een bootje, De Deelen in. Hier laat hij zich voorlichten over de pogingen de petgaten weer langzaam te laten dichtgroeien, met krabbenscheer bijvoorbeeld.

,,De rode draad in mijn werk is ritme. Dat zit hier veel in het landschap’’, zegt hij. Denk bijvoorbeeld maar aan de petgaten en legakkers, waarop vroeger de natte baggerturf (baggel) te drogen werd gelegd. ,,Of in de bomenlanen.’’ Als je met dat oog om je heen kijkt, zie je steeds meer ritme.

Stroomopwaarts vraagt de kunstenaars een verbinding te maken met de geschiedenis van het gebied. ,,Het is interessant die naar de tegenwoordige tijd te brengen. Kijk, de veenafgravingen waren destijds natuurlijk een heel zichtbare industrie. Wat is een vergelijkbare industrie nú? Wat oogsten we nu uit het land?’’ Zo denkend heeft hij al enkele ideeën, maar die geeft hij nog niet weg. Het wordt in elk geval een ingreep die zijn verhaal en onderzoek vertelt.


Pat Foto: Gitte Brugman

Pat van Boeckel

In tegenstelling tot enkele van zijn collega Stroomopwaarts-kunstenaars, kent videokunstenaar Pat van Boeckel het gebied rond Alddjip, Linde en Tjonger goed. Voor hem betekende het project geen eerste kennismaking met de geschiedenis van de turfwinning of de opkomst van de arbeidersbeweging. Hier verdiepte hij zich enkele jaren geleden al in, toen hij in 2019 meedeed aan Verlost van Kunst in Opsterland ter gelegenheid van de honderdste sterfdag van Ferdinand Domela Nieuwenhuis. In It Damshûs presenteerden toen verschillende kunstenaars hun installaties met daarin aandacht voor de historie of voor een persoonlijk soort van verlossing.

Van Museum Heerenveen hoeft hij geen link te leggen met veen of socialisme, maar mag hij een andere kant opgaan. ,,Ik kan dus dieper, of anders…’’ Maar Stroomopwaarts wil mensen dit gebied wel laten kennen met de geschiedenis als leidraad. En daar zal Van Boeckel zich zeker aan houden. ,,Dat vind ik mooi, de geschiedenis op een poëtische manier weergeven. Ik wil bovendien dat je mijn werk kunt beleven, zonder die geschiedenis te kennen. Daarnaast geef ik meer informatie, voor degene die daar behoefte aan heeft.’’

Het werk van Van Boeckel draait om ervaring. De kijker stapt als het ware een andere wereld binnen. ,,De basis van mijn videowerk is vaak muziek. Ik heb nu ook al een muziekstuk, dat de basis vormt voor mijn presentatie. Het geeft een soort ritme, dat je kort of langer kunt beleven.’’ Het tuinhuisje in de binnentuin van Museum Heerenveen bouwt hij om. De buitenkant bekleedt hij met jute, en binnenin gebeurt het.

De drie ramen blijven ramen. De bezoeker kijkt echter niet door de vensters naar buiten, maar in een andere wereld. ,,Ik geef ze het zicht op schoonheid.’’ Hij kleedt het beeld aan met drie wiegjes. ,,Daarin projecteer ik ook beelden, zoals een stapeltje gloeiende turf. Dat gaf destijds warmte, maar kan nu symbool staan voor het ‘opbranden’ van de aarde.’’

Net als dit beeld, heeft ook de schoonheid die Van Boeckel laat zien twee kanten. Allereerst is er de pracht van De Deelen. ,,Dit waterrijke natuurgebied is ontstaan door veenafgraving. Er is een hoop ellende en uitbuiting voorafgegaan aan het ontstaan ervan.’’ Door de andere ramen zien bezoekers koeien. ,,De koe is het mooiste dier van Nederland. Tegelijkertijd vormt de CO2-uitstoot door mest een grote bedreiging voor de natuur, en is de koe een soort ‘boeman’ geworden.’’

Het lijkt symptomatisch voor de moderne tijd. Alles wat leuk of mooi is, heeft z’n kwalijke kanten, verzucht Van Boeckel. ,,Lekker in de zon zitten? Dan moet je je wel insmeren om huidkanker te voorkomen. ‘s Avonds de houtkachel aan? Dan draag je weer bij aan CO2-uitstoot en fijnstof.’’

Zijn installatie wordt echter allerminst een aanklacht of een politiek statement. ,,Vroeger heb ik me wel uitgesproken. Maar ik laat me nu leiden door de Duitse filosoof Peter Sloterdijk. Hij beschrijft hoe in het Louvre een gezicht tot hem sprak. Dat kon niet, maar het gaf hem het inzicht dat hij moest veranderen. Hij concludeert: Als mensen niet worden geraakt, willen ze niet veranderen. Zo denk ik er nu ook over: met schoonheid kom je verder.’’


Sanne Foto: Gitte Brugman

Sanne van Balen

Toen Sanne voor Stroomopwaarts werd gekoppeld aan Museum Opsterland, wist ze nog niet dat hier ter gelegenheid van het project historische kaarten uit het archief van Tresoar geëxposeerd zouden worden. Ze wilde de streek benaderen via de taal, door de betekenis van de woordjes schap/skip te onderzoeken. ,,Vroeger werd schap veel zelfstandiger gebruikt. Het valt te herleiden naar schepping en geeft dus aan dat iets een vorm kent of een gedaante heeft. In tegenstelling tot zwangerschap duidt het gebruik van ‘schap’ in landschap/lânskip juist geen toestand aan. Wat ik met Stroomopwaarts graag wil is dat we landschap als toestand gaan benaderen.’’

De expositie in het museum bracht haar op een ander idee, namelijk om een nieuwe kaart van het gebied te maken, met ideeën van bewoners uit de streek over het landschap over honderd jaar. ,,Ik had net het boekje van mijn oma (An Keuning-Tichelaar) teruggevonden: De verbindende kracht van quilts. Deze dekens met verhalen brachten me op het idee om de door mij verzamelde verhalen te verwerken in een quilt.’’

Een quilt is een product van armoede en hergebruik, en wordt doorgegeven. Dat past bij de geschiedenis van de streek. Ze riep mensen op lappen te brengen in haar lievelingskleur, rood. De kleur van liefde, van gevaar en van het socialisme. ,,Maar ik maak geen politiek statement.’’ De stukjes stof vertellen allemaal verhalen van de gevers, dat vindt ze er mooi aan. ,,Kijk, dit komt van de zolder van Lippe Wonen, en dit van een meisje bij wie ik alle rode shirtjes kocht op de rommelmarkt.’’

Het resultaat van haar residentie zullen drie dekens zijn. De eerste is de vergroting van een historische kaart, waarop de vervening het gebied tussen Linde en Tjonger in allerlei vakjes verdeelt. Elk stukje is een patroondeel voor de lappendeken, die ze samen met vrijwilligers in elkaar zet. Daarna volgt er één op basis van huidige wegenkaarten, en de derde zal een plattegrond tonen van de toekomst, op basis van de gesprekken die ze voert.

Taal is allerminst uit haar werk verdwenen, want in een randen rond de dekens borduurt ze de woorden die ze onderzocht, en de woorden die ze nog vindt. ,,Ik sprak er met Bert Looper (Tresoar) over. Die is ook heel ‘talig’. Hij vertelde dat hij als kind op zoek ging naar de bron van het Alddjip en verdwaalde. We hebben afgesproken dat we samen opnieuw op zoek gaan.’’

Sanne groeide op in Boornbergum. ,, Bij de straat It Mear, buiten het dorp, staan naambordjes maar die verdwijnen vaak. Bestaat It Mear dan nog wel? Evenals woordjes als wierde, beets of djip. Al gebruiken we die niet meer, het landschap dat we ermee aanduiden is er nog wel. Toch is het of het dan uit de werkelijkheid verdwijnt.’’ Dergelijke woorden vereeuwigd ze met de borduurmachine.

,,Nu is het nog patchwork. Het wordt pas een quilt als die bestaat uit drie delen die zijn doorgestikt’’, vertelt ze. De stiksels zullen mogelijk andere accenten van het gebied verbeelden, op basis van de interviews die ze met mensen houdt, onder wie museumvrijwilligers en de beheerders van de Slotplaats in Bakkeveen waar ze logeert. ,,Die zie je dan terug aan de andere kant.’’

Ze denkt erover de quilts te exposeren bij het Damshûs of bij het Mariakerkje in Kortezwaag, dat bij het museum hoort. Daar vallen de rode kunstwerken van 2 bij 2 meter wel op. ,,’s Avonds kunnen medewerkers ze dan binnen zetten, maar overdag horen ze buiten. Want ze komt uit het landschap, gaan over het landschap en horen in het landschap.’’


Sarah Foto: Gitte Brugman

Sarah Engelhard

,,Ik denk dat ik me vaker vragen stel als een ecoloog, dan dat ik ideeën heb voor kunstprojecten’’, zegt Sarah Engelhard. Ze studeerde aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam en daarna biologie aan de UvA. Ze promoveerde in de mariene biologie aan de Griffith University in Australië, waar ze zeven jaar woonde. Toen zij en haar partner dochter Zoë kregen, verhuisden ze naar Friesland. Naast haar werk als fotograaf en illustrator, staat ze voor de klas als gastdocent voor Groen Doen en de Plastic Soup Foundation.

Haar dochter is een belangrijk referentiepunt als het gaat om beleving van de natuur. Terwijl we praten speelt Zoë in de tuin van B&B Bûterheidefjild in Makkinga. Later op de middag stuurt Sarah een foto: Zoë heeft allerlei veertjes, bloemen en katjes in het gras gelegd in de vorm van een hart. ,,Het heeft iets magisch’’, vindt Sarah.

Dat brengt haar op het Shifting Baseline Syndrome waar ze zich in heeft verdiept. Mariene bioloog en visserijdeskundige Daniel Pauly maakte dit fenomeen bekend in de discussie over vangstquota. Zowel vissers als onderzoekers ervaren de populaties zoals ze die kennen van de begin van hun carrière als normaal. ,,Zo’n persoonlijke baseline verandert, en kun je niet voor de wetenschap gebruiken.’’

Van generatie op generatie geven mensen verhalen door over het landschap, de flora en fauna. Maar als je geen goede verhalen hebt over hoe het was, heb je een ander uitgangspunt van ‘normaal’, vertelt ze. ,,Wat we nu hebben aan bijvoorbeeld insecten en bloemen, dat is niet alleen niet normaal, het is ook gevaarlijk. Allerlei grenzen zijn tegelijk aan het verschuiven. Hele populaties storten in.’’ Tegelijkertijd zijn er ook verbeteringen. ,,Een man die als kind vaak kikkers hoorde, miste ze een tijdlang. Maar nu hoort hij ze weer.’’

 Ze vindt het interessant hoe mensen die veranderingen beleven. Haar overbuurman in Friesland bijvoorbeeld. ,,Hij wordt zenuwachtig van de klimaatverandering. In de winter als het niet vriest, nu als het zo lang warm is en droog blijft…’’ De man voelt aan zijn biologische klok dat er iets niet klopt.

In de omgeving van Makkinga spreekt ze ook met mensen van verschillende generaties over hun beleving van het landschap. Ronus Veenstra van B&B Bûterheidefjild waar ze logeert, vertelde haar dat het gebied naast de molen vroeger soms onder water stond. ,,Er is hier wel eens geschaatst’’, vertelt ze Zoë als ze vanaf de molen uitkijken over de weilanden.

Voor kinderen is de huidige toestand een gegeven. ,,Ze horen wel op het nieuws dat het klimaat verandert, maar ze hebben een ander startpunt. Ze ervaren niet lichamelijk dat het niet klopt. Alleen hebben ze straks wel met de gevolgen te maken. Daarom… als niemand je vertelt hoe het was, heb je geen emotionele trigger om ernaan te werken.’’

Sarah zou het liefst willen dat kinderen de ‘makers’ zijn in haar onderdeel van Stroomopwaarts. Ze ziet het als haar rol om vragen in gang te zetten: Hoe was het landschap? Hoe is het nu? Hoe kan het worden? Obs De Stelling in Makkinga is positief, maar de relatief korte werktijd kan een struikelblok zijn. ,,Mijn plan B is een kijkje te nemen onder water in de Tjonger, en dat ik mijn eigen baseline opstel in mijn onderzoek naar de omgeving.’’

Hoofdpartners Arcadia