Onderzoekers van Aalborg University in Denemarken, Waseda University en Tokyo Metropolitan University in Japan, onderzochten hoe Culturele Hoofdsteden van Europa hun erfenis vormgeven: wat er, jaren na zo’n titeljaar, nog daadwerkelijk overblijft. Met Leeuwarden-Fryslân 2018 als casus. De reden: Leeuwarden-Fryslân 2018 had een duidelijk legacyplan, met een eigen budget, een actieve legacy-organisatie en een doorlopend vervolgprogramma: Arcadia.
In de conclusie van het onderzoek, deze zomer gepubliceerd in het internationale vaktijdschrift Event Management, noemen de onderzoekers het legacyplan van Leeuwarden-Fryslân 2018 een blauwdruk, “a roadmap”, voor toekomstige Culturele Hoofdsteden: een aanbevolen aanpak om van te leren.
De centrale vraag daarbij: hoe waren bewoners in elke fase van dat titeljaar betrokken, en wat leverde dat op aan blijvende culturele en sociale sporen? Legacy, zo laat het onderzoek zien, ontstaat niet vanzelf. Het wordt gemaakt, en vooral: door wie meebouwen. Van alle projecten tijdens Leeuwarden-Fryslân 2018 kwam ongeveer 90 procent, zo’n 700 tot 800 initiatieven, volledig van bewoners zelf, via het programma Iepen Mienskip. In totaal deden 62.000 mensen mee, als vrijwilliger, maker of organisator: 10 procent van de hele regio. Die energie zette door na 2018. De meeste Culturele Hoofdsteden ontbinden hun organisatie kort na het titeljaar, waardoor het momentum vanzelf wegebt. Leeuwarden-Fryslân 2018 deed dat niet: de cultuurtriënnale Arcadia werd opgericht, met edities in 2022, 2025 en 2028.
Een bijzondere herinnering voor Immie uit 2018 is een moment tijdens het reuzenspektakel van Royal de Luxe, waar een onbekende vrouw haar hand vastpakte en zei: “Ik ben zo trots op Leeuwarden dat we dit gedaan hebben.” Voor ons het bewijs dat zo’n titeljaar niet alleen sporen achterlaat in plannen en cijfers, maar ook in mensen zelf. Ook inwoners van Leeuwarden spreken tegenwoordig anders over hun eigen stad. Een gemeentemedewerker vertelde de onderzoekers hoe Leeuwarders vroeger zelfspottend over hun stad zongen, over een stad die “niets was en nooit iets zou worden.” Dit gedachtegoed leeft nu niet meer. Wat overblijft, is volgens hem “iets waar mensen trots op kunnen zijn.”
Het onderzoek is overigens niet alleen lovend. Er wordt ook geconstateerd dat het overzicht van de honderden Iepen Mienskip-projecten na verloop van tijd grotendeels verdween, doordat er nooit een centraal systeem was om ze bij te houden. Hun advies aan toekomstige Culturele Hoofdsteden: leg dat vanaf het begin beter vast. Precies dat soort lessen delen we inmiddels binnen ECoC Echo, een Interreg Europe-project van negen steden die de titel Culturele Hoofdstad droegen, dragen of nog gaan dragen, van Novi Sad tot Bourges. Dit netwerk draait specifiek om legacyplanning: steden wisselen kennis uit over financiële duurzaamheid, organisatiestructuur en hoe je de erfenis van een titeljaar levend houdt. Leeuwarden-Fryslân 2018 geldt daarbij als een van de sterkste voorbeelden. We hebben een adviserende rol in het netwerk, en Fryslân was zelf al gastheer van zo’n kennisuitwisseling. “Zo’n titeljaar is geen eindpunt, maar een begin,” zegt Immie daarover. “Door op Europees niveau samen te werken leren we van elkaar hoe we positieve veranderingen vast kunnen houden.”
Die gedachte reist ook op andere plekken door. Onderzoeker Madoka Sugawara, een van de auteurs van het onderzoek, rondt op dit moment haar master Tourism af aan Aalborg University. Die Deense stad dingt mee naar de titel Culturele Hoofdstad van Europa 2032. Tijdens een eerste ontmoeting tussen de deelnemende steden herkende Madoka daar dezelfde manier van werken: van onderop, stap voor stap opgebouwd.
Meer lezen? Het volledige onderzoek, “Exploring Event Legacies in the European Capital of Culture: A Case Study of Leeuwarden-Friesland 2018”, is gepubliceerd in Event Management (Cognizant Communication).